Moppen
Nodig naar de WC
Er zit een man in een cafe een biertje te drinken. Opeens moet hij ontzettend nodig naar de wc, maar hij heeft nog altijd dat biertje, dus hij zet er een briefje bij: "Ik heb hierin gespuugd.".
Zo zit hij rustig op de wc en als hij terugkomt staat er op het briefje: "Ik ook"
Verwijderen van een vloek
Een man komt bij een priester en vraagt of deze hem kan helpen met het verwijderen van een vloek welke 40 jaar geleden over hem is uitgesproken.
"Dat kan misschien"zegt de priester, "maar dan moet ik exact weten hoe de vloek luidde".
bidden voor het eten
Kees tegen Jantje: "Moeten jullie ook altijd bidden voor het eten?"
Jantje: "Nee, mijn moeder kan goed koken."
Lekkere maaltijd
Er zitten twee gieren met elkaar te kletsen, zegt de een:
"Ik had tussen de middag nog een flinke zakenman te pakken, tsjonge wat zat ik vol, zeg."
Zegt de ander:
"Ik had vanochtend een zwerver als ontbijt."
Die ander weer:
"Maar daar zit toch niet veel vlees aan?"
"Nee, maar wel een gigantische lever."
De directeur heeft een belangrijke bespreking.
De directeur heeft een belangrijke bespreking.
"Ik wil onder geen enkele voorwaarde gestoord woorden," zegt hij tegen zijn secretaresse.
"En als iemand zegt dat het dringend is, dan zeg je maar dat iedereen dat zegt."
Even later belt de vrouw van de directeur op.
"Ik zou graag even mijn man willen spreken," zegt ze.
"Dat kan niet," zegt de secretaresse.
"Het is belangrijk en bovendien ben ik zijn vrouw."
"Ja ja, dat zeggen ze allemaal."
Jantje bij de tandarts
Jantje gaat naar de tandarts. Hij had een afspraak om half 2. Om 3uur is hij nog niet aan de beurt. Hij gaat naar de balie en vraagt wanneer hij aan de beurt is. Dan zegt de vrouw achter de balie: "Zometeen meneer."
sterk bergafwaart
De relatie met mijn man gaat sterk bergafwaarts:
Eerst was m'n hele hoofd er vol van.
Daarna lag hij me na aan het hart.
Daarna lag hij me zwaar op de maag.
Daarna vond ik er geen reet meer aan.
En nu is hij een blok aan m'n been.
Kletsnat uit school
Een jongetje komt van school en is kletsnat.
Zijn moeder vraagt: "Waarom ben je zo nat?"
"We speelden hondje."
Zijn moeder antwoordt: "Dan wordt je toch niet nat?"
Antwoordt hij weer: "Jawel, ik was de lantaarnpaal!"

